Camping Tristesse

De campings Baarbeek en Berkenhof in Elewijt liggen er verlaten bij. Af en toe komt een bewoner uit zijn caravan piepen. ‘Kan ik je helpen, meisje?’ Hartelijk zijn ze allemaal, maar ook triest. Tegen eind dit jaar moet iedereen het terrein verlaten. De gemeente heeft de gronden opgekocht. De permanente bewoners krijgen voorrang voor een sociale woning, maar daar kijken ze niet naar uit. ‘Wij willen hier niet weg. We zijn gewoon om in de openlucht te leven en nu moeten we naar ijzeren huisjes van 60 vierkante meter zonder tuin. Waar moet ik met mijn drie honden en al mijn tuinkabouters naartoe?’, vraagt Carine zich af. Nu wonen zij en haar twee volwassen zonen in twee stacaravans. Maar de drie zullen moeten samenhokken in één huisje. ‘Alleen nieuwe meubels kopen, zal al duur genoeg zijn.’

Rudy zal vooral de gemoedelijke sfeer missen. ‘Iedereen kent hier iedereen. Dikke Moustache en Rudolf de Militair en de anderen zijn al vertrokken.’ Rudy, den Elvis, zag hoe wie wegging een stort achterliet. Af en toe komt de stadsdienst opruimen. Met het puin verdwijnen ook de goede herinneringen.

Campings mogen geen permanente bewoners meer toelaten. Ze beantwoorden, volgens het schepencollege, niet meer aan de hedendaagse behoeften. Maar den Elvis heeft andere behoeften. De vrijheid van de camping. Elvis has left the caravan? Hij mag er niet aan denken.

tekst: Ann-Sofie Dekeyser