Camping Tristesse

De campings Baarbeek en Berkenhof in Elewijt liggen er verlaten bij. Af en toe komt een bewoner uit zijn caravan piepen. ‘Kan ik je helpen, meisje?’ Hartelijk zijn ze allemaal, maar ook triest. Tegen eind dit jaar moet iedereen het terrein verlaten. De gemeente heeft de gronden opgekocht. De permanente bewoners krijgen voorrang voor een sociale woning, maar daar kijken ze niet naar uit. ‘Wij willen hier niet weg. We zijn gewoon om in de openlucht te leven en nu moeten we naar ijzeren huisjes van 60 vierkante meter zonder tuin. Waar moet ik met mijn drie honden en al mijn tuinkabouters naartoe?’, vraagt Carine zich af. Nu wonen zij en haar twee volwassen zonen in twee stacaravans. Maar de drie zullen moeten samenhokken in één huisje. ‘Alleen nieuwe meubels kopen, zal al duur genoeg zijn.’

Rudy zal vooral de gemoedelijke sfeer missen. ‘Iedereen kent hier iedereen. Dikke Moustache en Rudolf de Militair en de anderen zijn al vertrokken.’ Rudy, den Elvis, zag hoe wie wegging een stort achterliet. Af en toe komt de stadsdienst opruimen. Met het puin verdwijnen ook de goede herinneringen.

Campings mogen geen permanente bewoners meer toelaten. Ze beantwoorden, volgens het schepencollege, niet meer aan de hedendaagse behoeften. Maar den Elvis heeft andere behoeften. De vrijheid van de camping. Elvis has left the caravan? Hij mag er niet aan denken.

tekst: Ann-Sofie Dekeyser

Erna en Ferdinand

Dag Pepe,

Vorig jaar werden jij en meme allebei tachtig. Het perfecte moment om mijn eerste persoonlijke fotoreeks te maken. Zo kreeg ik vanaf de eerste rij een inkijk in jullie manier van leven. Ik ontdekte dat geluk voor jullie niets te maken heeft met bezit. Het ging er bij jullie om dat de mensen die jullie liefhebben gelukkig en gezond waren.

Terwijl Meme nog steeds een spring-in-‘t-veld was, voerde jij een strijd tegen de pijn en was je vaak aan je zetel gekluisterd. Meme ging zwemmen en met de fiets naar de winkel. Jij maakte je dagelijkse fietstrip op de hometrainer en voerde de kippen. Al jaren klaagde je over pijn, maar de laatste jaren werd je pijn veel erger. De dokters vonden niet wat het was. ‘Versleten’ was de diagnose. Ik besefte heel goed dat ik deel uitmaakte van de laatste mooie momenten die jullie samen hadden. Dat maakte diepe indruk op me. Ik hoop dat je dat
kan voelen in mijn foto’s.

Precies één jaar later zou ik mijn reeks vervolledigen. Ik zou nog een laatste portret maken van mijn grootouders samen. Het is jammer genoeg anders uitgedraaid. Ze ontdekten dat je een spierziekte had waardoor je snel achteruit ging. Ik heb drie dagen aan jouw bed in het ziekenhuis gezeten.
Wachtend tot je uit je lijden zou worden verlost.

Met jouw woorden omschrijf ik mijn verdriet: miljaarde!

Ik mis je nu al.

Lisa

Met dank aan de mensen van De Standaard voor de mooi publicatie.

“Omdat chaos leuk is” – Jonge, gewapende keetschoppers in Zelzate: Wie zijn ze? Wat drijft hen?

ZELZATE – Jaren geleden sprak iedereen er over de Bombello’s. Nu heeft Zelzate, 12.000 zielen groot, de Colruyt-bende, die zondag zwaar tekeerging tegen de lokale Chiro. ‘Ze vonden het hier zo saai. En daar gingen ze verandering in brengen, zeiden ze.’ De kwestie splijt het gemeentebestuur. Enkele raadsleden pleiten voor nultolerantie, maar de burgemeester is tegen. ‘Een dokter schrijft pas medicatie voor als hij de patiënt grondig onderzocht heeft.’ (tekst: Jan Desloover)

Geen onbeschreven (straf)blad

Tatoeages zijn al lang niet meer het alleenrecht van matrozen en criminelen. Toch blijven gevangenissen het walhalla voor de tattoofans. Heel wat gedetineerden komen blanco binnen en gaan getekend voor het leven weer naar buiten. Schurkenfolklore, statussymbool of expressiemiddel? Een kijk in de wereld van Chinese inkt, naainaalden en veel pijn. (klik hier voor het volledige artikel) tekst: Ann-Sofie Dekeyser

Kris De Backer, restaurateur van oldtimers

‘Ik volgde de opleiding garage-carrosserie. Toen ik zestien was, raakte ik geboeid door kevertjes. Die autootjes fascineerden me. Enkele jaren later kocht ik er eentje. Vanaf dan ging de zaak aan het rollen, weliswaar deed ik het eerst als bijberoep. Mijn echtgenote werkte in de textielsector en werd ontslagen. Toen beslisten we om volledig zelfstandig te werken en ons op oldtimers toe te leggen. Tot dan werkte ik in loondienst bij een carrosseriebouwer.’

artikel

www.historicwheels.be