lisa@gambia – reisverslag

Van 2 juli tot 2 augustus trok ik mijn stoute schoenen aan en reisde ik alleen naar Gambia.
Ik was daar om 3 fotoreportages maken. De 1 fotoreportage voor SOS kinderdropen, de 2de voor een vwz equigambia en nog een eigen project: een fotoreportage over een visrokerij familie.

Alles verliep met vallen en opstaan. Wat er precies gebeurd is en of alles gelukt is kunnen jullie hieronder lezen in mijn volledig reisverslag.

Veel leesplezier!

groetjes,
Lisa

2 JULI – AANKOMST

Met mijn zelf afgeprint A4tje dat mijn ticket moet voorstellen loop ik richting de controle post. Onzeker vraag ik of dit wel écht mijn ticket is, de man achter het loket knikt en ik mag doorgaan tot gate T65. Ik begin mijn zoektocht en zoals ik al kon verwachten ligt mijn gate helemaal op het einde van alle Gates… ik moet zelfs nog eens door een extra controle gaan waar ik toch nog met een beetje onzekerheid vraag of dit het mijn A4tje is dat hij nodig heeft. Hij lacht en stelt me gerust met enkele woorden over het digitale tijdperk. Ik stel me toch de vraag of het in het terugkomen vanuit Gambia ook zo vlot zal gaan, ik vermoed van niet.

Aangekomen aan gate T65 zet ik me op 1 van de stoeltjes in een lege rij. Tegenover mij zitten 3 pek zwartje jongeren, gekleed in spierwitte T-shirts van The Red Cross. Op 1 van de 3 zijn naamkaartje dat hangt te bengelen aan zijn rugzak lees ik dat hij van The Gambia Red Cross Society is, om exact te zijn van the Narional youth commission. Ik vraag ma af of ze Modou Faye zouden kennen, een jongen die ik leren kennen heb in 2007 en waarmee ik nog steeds contact heb en die ook vrijwilliger is bij het Rode Kruis. Maar typisch Westers heb ik toch niet echt zin om me nu in de conversatie te gooien met vreemden. Ik heb trouwens verdriet omdat ik Fre, mijn vriendje, aan de check-in heb moeten achterlaten en dat ik hier nu helemaal alleen zit weg te kwijnen. Zeker geen zin dus om een gesprek aan te gaan met jonge Afrikaanse mannen.

We mogen het vliegtuig in en mijn plaats wordt me aangeduid. Ik ben gerust als ik de nooduitgang zie vanuit mijn zitplaats. Ik heb dan ook nog eens het geluk dat ik kan genieten van het uizicht door mijn miniraampje. Ik kijk eens goed rond me en merk op dat 1 van de Red Crosser’s het stoeltje schuin achter mij zit. We knikken eens vriendelijk naar elkaar. Al snel geraakt hij aan de praat met zijn Zwitserse buurvrouw die schrik heeft om te vliegen en bij het opstijgen een kreet slaakt. Na 6 uur draaien en keren, slapen, lezen, tv kijken, muziek te luisteren beslis ik toch eens te vragen of hij Modou Faye kent. En hoe kan het anders, hij heeft er 10 jaar mee in de klas gezeten en ze zaten, voor dat Modou naar de US is vertrokken, samen in de Narional Youth commission van the red cross.
Na enkele zinnen met elkaar gesproken te hebben blijkt dat hij niet enkele Modou Faye kent maar alle mensen die ik hem vraag kent hij 1 voor 1. Hij kent ook Bart, de Belg in wiens huisje ik mag logeren in Kololi. Ik grap “haha, Gambia is soooo little”. Hij heeft me zijn naamkaartje ik draai me terug om en val terug in slaap. Aangekomen in Gambia stelt hij voor dat ik met hen meerijd. Een jeep van red cross zal hen komen ophalen. Hij helpt me nog met mijn bagage en we spreken af vooraan aan de luchthaven. Ik stap de luchthaven uit, de warme overvalt me maar veel tijd om daar bij stil te staan heb ik niet, want niet alleen de warmte overvalt me, ook de taxidrivers en de niet officiële taxidrivers. Ze willen van alles fixen voor me maar ik wimpel ze af en zeg dat ik al met iemand kan meerijden. Na 15 min afwimpelen begin ik toch ongerust te worden dat mijn lift er al vandoor is en dat ik met 1 van de fixers in zee zal moeten gaan. Op dat ogenblik zie ik Majidi (de redcrosser) in de verte. Maar ik kan er niet achterna want ik sta daar met 2 grote valiezen en al mijn fotomateriaal. Dus maak ik vlug gebruik van de fixer en stuur er hem opaf. Gelukt. Ik zwier mijn bagage in de laadbak van de jeep en ze brengen mij naar het hoofdkantoor van red cross waar ze een goedkope taxi voor me versieren. Ik bedank hen en zeg dat ze me altijd mogen bellen tijdens mijn verblijf in Gambia om gebruik te maken van mijn diensten als fotograaf.

In de taxi in het relax, een lekker Afrikaans deuntje en genieten van het Gambiaanse uitzicht -de Gambiaanse winkeltjes, de bedrevenheid langs de straten, de mensen, geiten, koeien en kippen die de straten zonder pardon oversteken, het chaotisch verkeer waar men constant naar elkaar toetert en men geen rijvakken kent, de plassen water die de hele straat blank leggen… ja, het voelt goed om terug te zijn.

AVOND IN BANJUL

LR_MG_4523


4 JULI – SOS

Het Taxibusje stopt voor een groot blauw bord met daarop “SOS children villages”. Ik klauter met al mijn spullen uit het taxibusje en bedank de chauffeur. Zwetend slenter ik naar de ingang aan vraag de portier waar ik moet zijn voor the graduation ceremony of the kindergarten. Hij wijst naar links en maakt me duidelijk dat ik niet op het juiste project zit. Ik moet op het laatste project zijn van SOS, zo een 10 min wandelen langs de lange straat waar de brandende zon pal op schijnt.

Ik begin te wandelen en wordt voordurend ingehaald door fietsers, kinderen en karren die verder getrokken worden door ezels. Iedereen die langs me loopt verkondigt dezelfde woorden: it is very hot. Ik kan het enkel maar beamen. Stap voor stap vormen er zich meer en meer zweetdruppels over mijn hele lichaam. Het is warm, véél te warm! Niet enkel de hitte valt tegen maar ook de geur die mijn neus binnen komt. Mijn neus doet het over het algemeen niet goed maar deze stank kan ik niet ontlopen. Rechts van me ligt SOS kinderdorpen links van mij ligt een reuze groot stinkend terrein, de vuilnisbelt.

Eindelijk ben ik aan het laatste grote bord van SOS dat ik kan zien in de straat, vol overtuiging dat ik op de juiste plaats ben meld ik me aan bij de nieuwe portier om naar de graduation ceromny te gaan. Hij vertelt me heel beleefd dat ik alweer op de verkeerde plaats ben, dat ik nog een stuk verder moet, maar vriendelijk als een Gambiaan is stelt hij voor om me te escorteren. Gelukkig maar want SOS heeft zoveel projecten en is zo groot dat ik zeker terug op de verkeerde plaats zou terecht komen.

Op de juiste plaats aangekomen ben ik blij dat ik mijn toelating van de directrice van SOS heb afgeprint en bij me heb. Want zonder het papiertje met de stempel op zou ik vlug terug de lange weg mogen afslenteren vanwaar ik kom. De security begeleidt me naar de ceremony waar ik de vrouw ontmoet die alles mogelijk gemaakt heeft voor me. Oumou Tall, de directrice van SOS, een grote, stevige dame met een échte Afrikaanse kont. Vanuit haar mails had ik een strenge vrouw verwacht maar gelukkig is niets minder waar. Oumou is een warme, goedlachse vrouw die blij is dat ze mag verwelkomen in haar dorp. Ze biedt me aan om mijn fotorugzak naast haar te zetten op een stoel. Maar terug denkend aan mijn vorige graduating ceremony of the kindergarten* sla ik het voorstel af. Ik zwier mijn zware rugzak terug op mijn rug en begin mijn eerste beelden te maken van het SOS project.

*Ellen, mijn vriendin en collega waar ik mijn vorige Gambia avonturen mee heb beleefd, werd al haar paperassen ontfutseld door vol enthousiasme en onoplettend naar het spektakel te kijken. Ze had wel heel veel geluk. Een uurtje later had ze al haar spulletjes terug.

GRADUATION CEREMONY

LR_MG_4592

LR_MG_4689

KOLOLI

2 jaar geleden verbleef ik 5 weken in Banjul. De hoofdstad van Gambia. Een echte handelsstad. Als de Gambianen klaar zijn met onderhandelen op de markt, zo rond 5 uur, loopt Banjul zo goed als leeg. Iedereen trekt zich terug in hun rustig dorpje, enkele kilometers verwijdert van het veel te drukke en oververhitte Banjul

Nu verblijf ik in Kololi. In een huisje van 2 Belgen die enkele maanden in België verblijven en in blijde verwachting zijn van hun 2de baby. Na wat lezen in enkele reisgidsen kwam ik al vlug te weten dat Kololi niet zo een denderende reputatie heeft. Zo lees ik in De Trotter – De reisgids bij uitstek indien je meer wilt bezichtigen dan enkel het toeristische gedeelte van een land –

“Dit is het hartje van de toeristische zone. … het is hier een heuse stormloop van touroperators, bars en discotheken. ’s Avonds gaat het er heel luid aan toe… Kortom: dit is niet echt wat wij graag hebben. Hoe het ook zij, niets staat je in de weg om er een kijkje te gaan nemen!”

Ik had me dus voorbereid op een enorme drukte. Verrassend genoeg ben ik terecht gekomen in een oase van rust. De hitte en de regen houdt de toeristen op afstand en mijn huisje ligt in het centrum van het dorpje waar de beats me zeker niet mijn bed uit blazen. Een ideale plek om mij af en toe terug te trekken. Van zodra ik mijn hoofd buiten steek word ik direct aangesproken. Door iedereen, allemaal met dezelfde vragen: “Hi, how are you? Where are you from? What’s your beautifull name?” De truck om naar mijn voeten te kijken en af en toe te mompelen ”I’m fine, thanks” heb ik al goed onder de knie.

Hier in Kololi is het minder warm dan in Banjul. Dat heeft vooral zijn voordelen maar toch 1 groot nadeel. Huppelende honden.

Overal waar je kijkt op straat in Gambia zie je honden, katten en kippen. Geen mooie verzorgde dieren met een baasje, gewoon straatkatten en -honden. Meestal met open wonden op hun oren die zwart van de vliegen zitten. Tijdens mijn vorig bezoek heb ik nogal een fobie opgelopen. Elke keer ik een hond zie, steek ik braaf de weg over zodat ik zo ver mogelijk van het dier verwijderd ben. Overdag lagen de honden door de bedrukkende hitte in Banjul languit uitgeteld onder een kar, schuilend voor de brandende zon. Veel te lui om zich druk te maken in voorbijgangers. Maar in Kololi lopen ze hier overdag huppelend – en iedere 5 seconden ook krabbend – over de weg. Iets waardoor ik me minder veilig voel als ik de straat op moet. Het zou me niet verbazen dat 1 beet van zo een hond, je 10 ziektes ineens bezorgt. Ik houd mijn ogen dus goed open en hoop dat ik zonder akelige ziektes terug naar België kan komen.

RESUME

33 dagen Gambia is niet te vergelijken met een 33 dagen in België. Het ritme gaat hier veel langzamer. Externe invloeden zoals regen en warmte hebben hier veel invloed. Bijna iedere dag heb ik te maken gehad met een stroomonderbreking van enkele uren. Als de engeltjes een piswedstrijd houden, blijft iedereen beter binnenshuis en worden afspraken verzet.

Morgen ben ik hier een week. Even een korte resumé van mijn activiteiten:

SOS:

Ik heb 1 ochtend foto’s kunnen maken van de graduating ceremony maar daar hield het mee op. Ik moest eerst nog een meeting ondergaan met de directrice om alle regeltjes te overlopen wat ik wel en niet mag fotograferen. Zoals ik eerder al vermelde is de directrice een schat van een dame en was de meeting meer een gezellige babbel over haar kijk op fotografie en het leven.

Nu ben ik ongeduldig aan het wachten op een telefoontje waarbij ze me hopelijk goed nieuws brengt. Ze ging een familie van het SOS-dorp proberen regelen die ik op regelmatige basis mag volgen om een fotoreportage over te maken. Afwachten dus…

Vissersvrouwen:

Vrijdag ben ik een bezoekje gaan brengen aan Aisha en haar familie. Diep teleurgesteld dat ik de vorige 2 jaar enkel maar foto’s had opgestuurd en geen geld verwelkomde Aisha me. Ze fleurde al vlug op toen ze hoorde dat ik kleren voor haar mee had en een grote zak van 50 kg rijst voor haar familie zou kopen.

Aisha is alweer zwanger, 24 jaar en binnenkort mama van 3 kleine donders. Haar dochter Amie en zoon Omar verblijven nu bij hun vader in Senegal. Aisha gaat ze binnenkort vergezellen tot na haar zwangerschap. 1 dezer dagen vertrekt ze. Hopelijk niet té vlug.

Het plan om deze middag naar Banjul te gaan om een er bij de vissersvrouwen te gaan fotograferen lijkt al in de honderd te lopen. De regen heeft men plannen alweer opgeschoven.

Equigambia:

Gisteren was mijn eerste dag dat ik bij het naaiatelier gefotografeerd heb. Wat een gezellig sfeertje is het daar! Allemaal jonge grieten die vol vreugde hun werk vervullen. De radio die de hele dag door staat te spelen speelt mee in het goede humeur van de meisjes, de regionale zender zevert er op los en de meisjes gieren van het lachen. Ze moeten enkel nog wat wennen aan mijn camera. Zodra de lens op hen is gericht verschijnt er een blik van bittere ernst en concentratie.

Om 12 uur had ik een afspraak met de batikker die de stoffen voor het atelier versiert met talloze kleurrijke motieven. Het is nu 13.39 en hij is nog steeds niet komen opdagen.

Dag 6 en ik heb nog maar 1 dag écht kunnen fotograferen… nog 26 dagen te gaan. De moed staat me nog niet in de schoenen, we gaan ervoor! BANZAI!

EQUIGAMBIA

website equigambia
.
.
LR_MG_5792

LR_MG_5640b

LR_MG_5533

9 JULI – BANJUL

Gedégôuteerd en totaal verbaasd neem ik mijn wisselgeld aan waar de chauffeur net zonder enige schaamte zijn snot aan smeerde en prop het verfrommeld vies velletje tussen de andere smerige briefjes in mijn portefeuille. We rijden Banjul binnen en na enkele straten door elkaar gerammeld te zijn laat ik het busje halt houden zo dicht mogelijk bij the BCC, Banjul city council,.Ik ga enkele oude vrienden gedag zeggen alvorens ik aan het werk begin.

Terwijl ze rustig aan het sleutelen zijn in het computerlokaal, dat stad Oostende voor hen heeft geïnstalleerd, verwelkomen ze mij in the Gambia. De meesten van hen weten niet goed wat zeggen. In plaats van een praatje te doen over het weer, vinden ze er hier niet beter op continu te herhalen “how are you doing?” waarop ik tot vervelends toe, maar steeds vriendelijk, “i’m fine” zeg. “how is the Gambia?” is ook één van hun vragen waar ik steeds “it’s fine, but VERY hot” op antwoord terwijl ik met mijn hand heen en weer zwaai zodat het wat frisse wind produceert. Ze blijven het grappig vinden, of doen althans goed alsof.

Onderweg naar de vissersvrouwen kom ik Mamour tegen, vorige trip naar Gambia was hij onze gids. Zonder enige twijfel neemt hij deze job weer in zolang ik rondloop in Banjul. Daar zeg ik zeker geen neen tegen. Zeker niet na gisterenavond. Toen ik moedersziel alleen in een restaurant – die in een gids als zeker niet aan te raden was vanwege de drukte – geniepig een traantje wegpinkte toen ik luidkeelse emo-teksten als “don’t wanna live all by my self” moest aanhoren.

Samen met Mamour kom ik aan op de plek waar Aisha en haar familie van ’s morgens vroeg in de weer zijn met vis te kuisen en te roken. Aisha is vandaag niet op het werk. Ik zal me moeten tevreden stellen met haar grootmoeder en een vriendin. De rest van de vissersvrouwen en -mannen willen niet op de foto. Net op het moment dat de 2 vrouwen genoeg van mijn camera hebben voor vandaag komt er een felle wind op. In nog geen vijf seconden tijd vlucht ik samen met iedereen om me schuil te houden voor de hevige regen. Ik steek mijn camera in mijn rugzak en overtrek hem met mijn regenhoes. Mijn schuilplaats is niet echt ideaal. Ik word nat en het heeft geen zin hier te blijven staan. Op naar overdekte markt.

Het laagseizoen doet iets met de marktkramers. Het lijken wel vliegen op een stront. Ik probeer ze van me af te slaan terwijl ik me door de nauwe steegjes van de markt wurm. Tevergeefs, ze sleuren me hun winkeltjes in. Ze smeken me om naar hun spulletjes te kijken. Ik moet zeggen dat ik het triest vind. Terwijl ze in het hoogseizoen talrijke toeristen dingen kunnen aansmeren moeten ze het vandaag stellen met mij. Ik die zo kieskeurig ben en heel goed weet wat ik wil. Ik laat me niet doen en ga niet naar huis met kettingen die ik nooit ga dragen, beeldjes die ik nooit ga uitzetten. Koppig als ik ben wil ik eerst rondkijken om te zien wat het mooiste is en dan pas doe ik mijn slag. Mijn oog valt op een zelfgemaakte mand. Die wordt het. Na wat onderhandelen maak ik de verkoopster blij en koop de mand. Fier als een gieter met mijn nieuwste aankoop loop ik de markt uit. Aan de uitgang loop ik de mama van Aisha tegen het lijf. Ook zij verwelkomt me en maakt me duidelijk dat ze heel blij is dat ze me ziet.

Uitgeput neem ik een busje naar Westfield. Daar stap ik over tot aan trafficlight om daar vervolgens weer over te stappen naar Kololi. Ik stap met mijn fotorugzak en mijn mand uit mijn share-taxi. Ik hoor mijn naam. Mijn buurvrouw en haar dochtertje komen net aangewandeld. Het meisje van amper 9 neemt zonder pardon de mand uit mijn handen en plaatst die boven op haar hoofd. Na een vijftal minuten sloffen door het rode zand ben ik eindelijk terug thuis.

AIDA

LR_MG_6528

INTERNETCAFE

ik zet het scherm aan van de computer in mijn vast internetcafé. Ondertussen ben ik gewoon geraakt aan de snelheid van de computers en het internet. Een uurtje op het internet is net genoeg om mijn mails te checken en mijn blog te updaten. Af en toe kan ik ook even op msn en facebook. Ik typ mijn gebruikersnaam en wachtwoord in, druk op enter, en wacht…

Ik zit wat rond me heen te staren en mijn aandacht wordt getrokken door een jongen en een vrouw van begin de 30 die samen aan dezelfde computer zitten te giechelen. Iedere dag kom ik hier langs en iedere dag zitten er koppels aan de computer. Het zijn hoertjes en hun compagnon. Aangezien het laagseizoen is moeten ze op een andere manier hun klanten vinden. Eerst kijken ze op een site naar allemaal profielen van mannen. Meestal oude blanke mannen. Ze kijken wie online is en na wat sukkelen met de internet verbinding hebben ze toch een klant vast op de Yahoo messenger. Het hoertje maakt haar vlug even op, zet haar koptelefoon en micro op en plaats zich zo strategisch mogelijk voor de webcam. Soms lukt dit niet al te best en zie je op de achtergrond andere mensen van het internetcafé zitten. De jongen neemt het toetsenbord bij de hand en typt er op los. Waarschijnlijk de vunzigste zinnen eerst. De 2 van vandaag hebben ondertussen al meerdere klanten.

Ik check mijn eigen scherm nog eens en ondertussen is mijn blog geladen en kan ik mijn foto er op plaatsen. Het gelach van de 2 wordt heel luid. Ik kan het niet laten, draai me om en probeer een glimp van hun scherm op te vangen. Mijn nieuwsgierigheid heeft me opgeleverd dat ik nu naar een scherm aan het kijken ben waar een grote zwarte borst op staat. Haar borst. Ongegeneerd zit de vrouw in het internetcafé haar boezem te onthullen voor de webcam. Ik draai me vlug terug om en blog wat verder. Een kwartiertje later ben ik klaar, ik stop de uitbater enkele dalasis in zijn hand en passeer voorbij het meisje die nog steeds met haar zwarte ronde borsten bloot zit. Ze wendt zich in mijn richting, gniffelt en geeft me een vette knipoog.


SOS – DAG 1

LR_MG_7835

LR_MG_7924

http://lisagambia.wordpress.com/2009/07/14/sos-dag-2/

EQUIGAMBIA – OPKUIS

_MG_9376

BAAJFAAL

Ik ga de sleutel van mijn verblijf in Banjul ophalen bij mijn overbuur. Een winkeltje recht over het appartement dat vroeger fel blauw was. De gevel heb ik toen gebruikt bij één van mijn favoriete foto’s van mijn vorige reis, waar een meisje voorbij wandelt met een paraplu en een broodje akara in de hand. Ik sta voor het winkeltje en staar naar een rode muur met gestroomlijnde witte letters “coca cola”. De nieuwe uitbater werpt me mijn sleutels in mijn hand en ik sleur al mijn bagage de trap op. Draai de sleutel om, stamp een paar keer tegen de deur, die daarna open zwiert. Alles is er leeg, met uitzondering van een tafel, 2 zetels en in de slaapkamer een bed. Het wordt donker dus ik druk op het knopje voor het licht. Niets. Hier sta ik dan, in een verlaten appartement zonder elektriciteit. Home sweet home…

Veel tijd om te piekeren over hoe ik mijn foto’s zal back-uppen zonder elektriciteit heb ik niet. Ik word verwacht op een gebed van de Baajfaal. Een aanhangsel van de islam. Hoe het geloof precies in elkaar zit moet ik nog eens goed uitpluizen maar in alle geval is het niet zo strikt als de pure islam. 5 keer bidden per dag zit er voor hen niet in. Normaal bidden ze op donderdagavond. Maar sinds een tijdje ook op woensdagavond. Vandaag zal ik bij 1 van hun gebeden aanwezig zijn. 2 jaar geleden was ik ook hun gast en heb ik mijn ogen uitgekeken, veel gefotografeerd om vast te stellen dat er geen enkele foto van gelukt was. Vanavond mijn herkansing.

22.00. ik stap de compound binnen en kijk om me heen. Buiten enkele djembés die op de grond in het zand liggen is er nog niets dat er op wijst dat hier straks gebeden zal worden. Ik werd om 21.30 verwacht maar zoals ik ondertussen al weet moet je hier nergens op tijd aankomen tenzij je graag met je vingers draait. Na enkele mislukte pogingen om een versterker aan te sluiten die verbonden is met een grote luidspreker waaruit gezangen van de baajfaal horen te komen, besluiten de jongens het op te geven en enkel met eigen klankkasten te werken.
23.00. het volk begint stilletjes aan toe te komen. Er is nu ongeveer 10 man en een paardenkop. Genoeg om het spektakel te laten beginnen.

Alsof ze op hun paard klauteren zwieren enkele jongens hun benen over de djembés en vliegen er direct in. Het trommelgeklop vormt niet echt het mooiste deuntje maar voor hen ideaal om hiermee 2 uur zonder ophouden door te doen. Naast de djembé spelers staat een groepje de gebeden te zingen. 1 van hen neemt de leiding en zingt enkele zinnetjes voor waarna de anderen het geklaag najammeren. Meer dan “aiaiaiai” en “Baajfaal” kan ik er niet uit op maken. Het is nu een half uurtje later en ondertussen is de bende met een 20 tal. Allen zingen ze luidkeels de gebeden mee en ondertussen hebben ze een kring rond de djembespelers gevormd. Met een slenterpasje stappen ze tegen de richting van de klok in. Zo blijven ze gaan, de hele tijd lang. Djembe spelend, jammerend en slenterend. 2 uur aan een stuk. Ze geraken er – mede door hulp van genotsmiddelen – door in een trance. En sommigen geloven dat ze dan onsterfelijk worden en beginnen soms levensgevaarlijke trucs uit te halen waar ze zonder enig schrammetje vanaf komen.

LR_MG_9549

LR_MG_0487

CADEAUTJE VOOR MIJ ZUS – THE MAKING OF

LR_MG_1017

De enige plaats waar geen zon is, is onder een grote mango boom. Er hangen enkele jongens rond de boom die op hun gemak een sigaretje roken. Ik sta niet ver van hen en één van de jongens roept me bij zich. Hij voelt diep in zijn zakken en haalt er een hand vol prullen uit. Hij rommelt er wat tussen en haalt er fier een munt van 50 euro cent uit. Vol verwachting vraagt hij hoeveel het muntstukje waard is en of ik het zou willen wisselen in dalasis. Het is ongeveer 18 dalasi. Ik heb enkel een briefje van 100 en wisselgeld zit er niet in. Ik beloof hem dat ik morgen zijn dalasis zal bezorgen. Daarmee kan hij dan 38 Business Royal sigaretjes kopen.

Ondertussen ben ik aan het wachten op Souleyman, een kleermaker die meehelpt in Equigambia. Hij komt me oppikken om samen naar zijn winkeltje te gaan. Vandaag ga ik foto’s maken van Souleyman die een cadeautje zal maken voor mijn zus. Terwijl ik de jongens onder de boom nog wat gezelschap houd kijk ik in het rond of ik Souleyman nergens zie. In de verte zie ik hem aankomen. Hij steekt zijn arm in de lucht, doet teken dat ik met hem moet meekomen en draait zicht om, richting de winkel. Ik probeer hem bij te houden en huppel achter hem aan.

De winkel is niet groter dan 9m². Het enige licht dat in het winkeltje binnenvalt is door de deuropening, er is nergens een raam of een lamp te bespeuren. In de rechtermuur zie ik dat er vroeger een deuropening was dat nu is toe gemetst. Er liggen overal pakjes met kleren die hersteld moeten worden en op de grond ligt een oud strijkijzer waar je kolen in moet doen. Hij begint te knippen in de stoffen en ik haal mijn fotomateriaal boven. Het werk kan beginnen. Ik doe mijn fototas van mijn rug want tijdens het fotograferen wil ik iedere cm van de piepkleine ruimte benutten. Ik probeer de ideale standpunten te zoeken voor mijn foto’s maar daarvoor moet ik constant mijn rugzak verzetten. Nergens in dit kleine winkeltje is er plaats om hem te verstoppen. Jezus, wat een gepruts!

LR_MG_0888

Er komt een jonge man in de deuropening staan – die al het licht weg neemt – en begint me nieuwsgierig uit te vragen en verplicht me bijna om ook fotos van hem te nemen. Hij is redelijk irritant en ik negeer hem. Met mijn groothoek weet hij niet dat ik toch foto’s van hem aan het maken ben. Hij blijft maar door vragen met de gebruikelijke vragen tot Souleyman hem de deur wijst. Souleyman lucht zijn hart over het gedrag van zijn mannelijke leeftijdsgenoten. En ik zelf klaag ook nog even over hoe irritant de “bumsters” met hun opdringerigheid niet zijn. Souleyman is één van de weinige jongemannen hier die zich niet opdringt. Hij is geen rokkenjager, hij maakt ze alleen maar.

Souleyman is een Senegalees die kleren ontwerpt en maakt. Daarbuiten is hij ook nog muzikant. Hij is heel erg bezig met mode. De aantal keren dat ik hem gezien heb droeg hij iedere keer een andere bril. En die draagt hij niet omdat zijn ogen slecht zijn, gewoon omdat ze mooi zijn. Voor de foto heeft hij ook een mooi grijs hemd met lange mouwen aangetrokken. Alles voor de foto. In 5 minuten tijd hebben er zich grote zweetvlekken gevormd op zijn hemd. Hij bedenkt zich en gaat naar huis om zich te verkleden.

Na een uurtje knippen en naaien merkt hij op dat hij de rits is vergeten bij equigambia. Hij kan niet meer verder doen. Hij excuseert zicht en vraagt me of ik het niet erg vind om volgende week het werk verder te zetten. Geen probleem. Ik pak mijn spullen terug in en vertrek richting huis.

LR_MG_0962

SOS – KLEINE AISHA

LR_MG_2041b


SOS – SCHOOL

De passagier die voor mij zit in de bustaxi doet teken naar de chauffeur dat hij hier wil uitstappen. Het busje, dat immers veel te vlug aan het rijden is, remt, bolt uit en staat een 200 meter verder pas stil. De jongen die het geld verzamelt en constant uit het raam hangt te bengelen terwijl hij herhaaldelijk ‘serrekunda serrekunda serrekanda” schreeuwt, schuift de deur van het busje open. De deur vliegt met een zwaai open en zonder pardon schuift de deur uit zijn rails en ligt ze op de grond. Ik kan me niet inhouden en beland in een grote lachbui. Ik vind het hilarisch. Maar rond mij is het heel stil. Niemand geeft een kik. Ik pink mijn lachtraantjes weg en een oudere man vraagt me heel serieus “Is this special for you?”. De chauffeur komt zijn compagnon een handje helpen om de deur terug op zijn plaats te steken en we zetten de tocht verder. Iedere keer als er iemand wil instappen begeeft de deur het en kan ik me niet inhouden van het lachen. De anderen beginnen stilletjes aan ook te lachen, niet om de deur maar eerder met mij. Ik merk plots dat we het laatste project van SOS voorbijrijden. Ik schreeuw om halt te houden en de chauffeur probeert het busje tot stilstand te brengen. Met veel moeite om de deur niet op de grond te laten vallen stap ik uit en begin terug te stappen richting het dorp van SOS.

LR_MG_1139

Fatou, de SOS- mama van mijn familie, vertelt me dat de tweeling waarmee ik vandaag naar school ging, ziek is. Ze vertrekken straks naar de dokter in het ziekenhuis van SOS. Ik kan meegaan naar school met de oudste zoon (13) van het samengesteld SOS gezin. De examens zijn gedaan en de school sluit binnen enkele dagen. In de school worden nu activiteiten georganiseerd zoals een wedstrijdje voetbal. Modou trekt zijn blauwe uniform aan en we vertrekken richting school. Al snel worden we vergezeld door een schoolvriendje. We stoppen even langs een plaatselijk winkeltje waar Modou een zakje pindanoten koopt waar hij onderweg samen met zijn vriendje smakelijk van snoept.

LR_MG_1149

We stappen door het kleine wegeltje richting school waar ik 2 weken geleden door slalomde om de grote plassen te ontwijken die de zomerregens hier hadden achtergelaten. De diepe putten in het wegeltje worden vandaag gevuld met brokstukken van huizen. Huizen die in Banjul met de grond zijn gelijk gemaakt om de haven uit te bereiden. Het gruis zal er nu voor zorgen dat de jongeren vlotjes de school kunnen bereiken. We stappen de schoolpoort binnen en stappen het terrein af tot helemaal achteraan. De jongens zijn volop bezig aan hun voetbalmatch. Modou stapt op een klein jongetje af en luist hem zijn voetbal tenue af. Trekt de veel te kleine T-shirt en broekje aan en sprint het voetbalveld op.

LR_MG_1285

LR_MG_1454

Terwijl hij aan het spelen is doe ik mijn toer op het terrein om enkele foto’s te maken. Ik hou al snel halt bij een groepje jonge meisjes die in het koord aan het springen zijn. Of toch proberen in het koord te springen. Ze bakken er nog niet veel van maar plezier hebben ze. Na een uurtje komt komt Modou me fier vertellen dat hij gewonnen heeft en dat hij nu naar huis wil. Ik wens hem proficiat en we keren al gauw terug richting huis. Thuis blijken alle jonge kindjes van het gezin ziek te zijn. Ze zijn allemaal richting ziekenhuis en de gene die nog thuis zijn liggen languit in bed te slapen. Ik maak enkele foto’s en maak me dan snel uit de voeten zodat de bacteriën me niet kunnen overmeesteren.

LR_MG_1753b

BANJUL – AFRICELL
_MG_2139

SOS – MOTHER & CHILS CLINIC

MG_2706_1

_MG_2624_1

SOS – VOCATIONAL TRAINING AND PRODUCTION CENTER

LR_MG_3599

LR_MG_3523

TERUG IN ONS LANDJE

Sinds vorige maandag verblijf ik niet meer in Kololi maar ben ik volop dozen aan het uitpakken in Sint Amandsberg

Bedankt aan alle actieve bloggers voor de leuke commentaren maar zeker ook een dikke merci aan mijn trouwe lezers!

Hopelijk kan ik binnen een jaartje weer een reisblog bijhouden voor mijn volgend project! je hoort nog van me!

groetjes,

Lisa

2 gedachtes over “lisa@gambia – reisverslag

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s